Wat vertelt de ontlasting van je hond of kat?

Specialist

Vandaag wil ik het hebben over iets waar je waarschijnlijk iedere dag mee te maken hebt. Zakje of schepje in de hand, misschien ondertussen even op je telefoon kijkend…

Ja, precies: de poep van je hond of kat.

Niet het meest smakelijke onderwerp misschien, maar de ontlasting van je dier kan verrassend veel vertellen over zijn gezondheid. Als je weet waar je op moet letten, kun je veranderingen vaak sneller herkennen.

Er zijn vier dingen die je eenvoudig zelf kunt beoordelen: consistentie, kleur, frequentie en hoeveelheid, en opvallende dingen zoals slijm of bloed.

1. De consistentie

Voor de consistentie van ontlasting wordt vaak een schaal van 1 tot en met 7 gebruikt, van heel hard en droog tot volledig vloeibaar.

De ideale ontlasting zit meestal rond type 2 of 3: stevig, goed gevormd en makkelijk op te pakken zonder dat er veel resten achterblijven.

Type 1 bestaat uit kleine, harde en droge keutels. Dit kan wijzen op verstopping of een trage darmwerking. Mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld te weinig vocht, onvoldoende vezels of — bij dieren die BARF krijgen — een te groot aandeel bot in de voeding.

Vanaf type 4 wordt de ontlasting steeds zachter. Bij type 5 en 6 verliest deze steeds meer zijn vorm en type 7 is volledig vloeibare diarree.

Zachte ontlasting hoeft niet direct reden tot paniek te zijn. Een afwijkende maaltijd, stress of een kleine verandering in de voeding kan tijdelijk effect hebben. Blijft de ontlasting echter meerdere dagen afwijkend, dan is het verstandig om verder te kijken.

Onder dit artikel vind je de ontlastingsschaal met voorbeelden.

2. Kijk ook naar de kleur

De kleur wordt vaak vergeten, terwijl die ook waardevolle informatie kan geven.

Normale ontlasting van een hond of kat varieert meestal van middelbruin tot donkerbruin. Een duidelijke verandering kan door de voeding komen, maar soms ook door problemen in het maag-darmkanaal.

Gele of oranje ontlasting kan bijvoorbeeld voorkomen bij een snellere darmpassage of veranderingen in de spijsvertering. Maar voeding speelt ook een rol: heeft je hond veel wortel of pompoen gegeten, dan kan een oranje tint heel normaal zijn.

Groene ontlasting zie je soms na het eten van veel gras of wanneer gal een grotere rol speelt.

Grijze of zeer lichte ontlasting kan onder andere voorkomen wanneer een dier veel bot binnenkrijgt, zoals soms gebeurt bij zelf samengestelde rauwe voeding. Ook problemen met de vetvertering kunnen een rol spelen.

Bij zwarte, teerachtige ontlasting is het verstandig om snel contact op te nemen met de dierenarts, omdat dit kan passen bij verteerd bloed.

Helderrood bloed is vers bloed en komt vaak uit het laatste gedeelte van het darmkanaal. Dat hoeft niet altijd iets ernstigs te betekenen, maar wanneer het terugkomt, veel is of samengaat met andere klachten, moet het wel worden besproken met de dierenarts.

Kortom: voordat je schrikt van een bijzondere kleur, bedenk ook even wat er de afgelopen dagen in de voerbak is gegaan.

3. Hoe vaak en hoeveel?

Niet alleen de vorm van de ontlasting is belangrijk. Ook hoe vaak je dier poept en hoeveel ontlasting hij produceert kan iets vertellen.

Produceert je hond of kat plotseling veel meer ontlasting dan normaal, dan kan dat betekenen dat een groter deel van de voeding onverteerd wordt uitgescheiden. De samenstelling en verteerbaarheid van het voer spelen hierbij een belangrijke rol.

Een dieet met veel slecht verteerbare ingrediënten of een grote hoeveelheid onoplosbare vezels kan bijvoorbeeld voor meer ontlasting zorgen.

Poept je dier juist veel minder dan normaal en moet hij daarbij duidelijk persen? Dan kan er sprake zijn van verstopping. Te weinig drinken, weinig beweging of een voeding met veel bot kunnen daarbij een rol spelen.

Hoe vaak een dier normaal poept verschilt per individu. Kijk daarom vooral naar veranderingen ten opzichte van het normale patroon van jouw dier. Bij diarree is de consistentie bovendien belangrijker dan alleen het aantal keren per dag.

4. Slijm, bloed en onverteerd voedsel

Soms vind je in de ontlasting dingen die daar normaal gesproken niet of nauwelijks horen.

Een beetje slijm kan ontstaan wanneer de dikke darm geïrriteerd is. Eenmalig hoeft dit niet meteen zorgwekkend te zijn. Zie je het regelmatig terug of gaat het samen met zachte ontlasting, diarree of bloed, dan is het verstandig om het te laten beoordelen.

Ook onverteerde voedselresten kunnen af en toe voorkomen. Niet ieder dier verteert elk ingrediënt op dezelfde manier.

Zie je echter regelmatig herkenbare stukken voedsel terug, dan kan het interessant zijn om naar de voeding en de vertering te kijken. Misschien past een bepaald ingrediënt minder goed bij jouw hond of kat, of speelt er iets anders in het maagdarmkanaal.

En bloed? Zoals hierboven besproken maakt het verschil of je helderrood vers bloed ziet of juist donkere tot zwarte ontlasting. De mogelijke oorzaken zijn namelijk heel verschillend.

Wat heeft voeding hiermee te maken?

Heel veel.

De kleur, vorm, hoeveelheid en frequentie van de ontlasting worden allemaal beïnvloed door wat je dier eet. Denk bijvoorbeeld aan de verteerbaarheid van eiwitten, het soort vezels, de hoeveelheid vocht in de voeding en veranderingen in het dieet.

Ook pre- en probiotica kunnen invloed hebben op de darmflora en daarmee op de ontlasting.

Wanneer de ontlasting verandert zonder dat er een duidelijke andere oorzaak is — bijvoorbeeld ziekte, parasieten of stress — is de voeding daarom één van de eerste dingen waar we naar kijken.

De voerbak vertelt soms meer dan je denkt.

Wanneer moet je de dierenarts bellen?

Neem sneller contact op met de dierenarts wanneer je bijvoorbeeld merkt dat:

  • waterdunne diarree langer dan ongeveer 24 uur aanhoudt én je dier sloom is, niet wil eten, braakt of zich duidelijk niet lekker voelt;
  • de ontlasting zwart of teerachtig is;
  • er veel bloed aanwezig is of bloed regelmatig terugkomt;
  • je dier al langere tijd niet kan poepen en duidelijk moet persen;
  • grote hoeveelheden slijm steeds opnieuw terugkomen;
  • een plotselinge verandering in de ontlasting enkele dagen aanhoudt zonder duidelijke verklaring.

Bij puppy’s, kittens, oudere dieren en dieren met andere gezondheidsproblemen is het verstandig om eerder advies te vragen.

Als je na het lezen van dit artikel tijdens de volgende wandeling nét wat aandachtiger naar de ontlasting van je hond kijkt, dan heb ik mijn doel bereikt.

En merk je dat er iets niet helemaal klopt — met de ontlasting, de spijsvertering of misschien met de voeding — dan weet je me te vinden.

Ik kan niet wachten om binnenkort meer van mijn nieuwe plannen met jullie te delen.